Tag archieven: Top 100 Nederlandse monumenten

Van Nelle Fabriek, Rotterdam

Bij op de oplevering in 1931 was de Van Nelle Fabriek de modernste fabriek van Nederland.  Dankzij de gigantische glasgevel wordt het gebouw ook wel Het Glazen Paleis genoemd. Het is het belangrijkste industriële monument van ons land en staat op de Werelderfgoedlijst. Je kunt een rondleiding volgen in de unieke fabriek.

Architecten Brinkman & Van der Vlugt

De familie Van Nelle was allang niet meer in beeld toen de wereldberoemde fabriek voor koffie, thee en tabak in 1931 werd neergezet. Cees van der Leeuw was inmiddels directeur, en hij drukte een flinke stempel op het ontwerp van de Van Nelle Fabriek. Cees van der Leeuw was geen doorsnee directeur. Hij interesseerde zich voor spiritualiteit (theosofisme) en kunst en was liever kunstschilder geworden. En hij had oog voor talent. Zo nam hij de architect Michiel Brinkman in de arm. Michiel Brinkman had de eerste schetsen al klaar toen hij plotseling overleed in 1925. Zijn zoon, Jan, stopte met zijn studie aan de Technische Hogeschool Delft en nam het werk van zijn vader over. Maar Van Der Leeuw wilde ook een ervaren architect en haalde Leendert van der Vlugt erbij. En zo ontstond Brinkman & Van der Vlugt.

Gebouw Van Nelle Fabriek

Het gebouw is ontworpen in de stijl van het functionalisme (in Nederland ook wel het Nieuwe Bouwen genoemd). Belangrijkste uitgangspunt: vorm volgt functie. Dus eerst werd -werkelijk tot in detail- het productieproces in kaart gebracht. Pas daarna werd bekeken hoe het gebouw het beste vormgegeven kon worden. Natuurlijk volgens de andere belangrijke principes: licht, lucht en ruimte. Zo kreeg het gebouw een stalen pui met veel glas (overigens gemaakt door F.W. Braat, zie het artikel over Bacinol 2). Het wordt ook wel het ‘Glazen Paleis’ genoemd. Het pand bestond uit drie aaneengeschakelde fabrieken voor koffie, thee en tabak. Elke verdieping was bedoeld voor één stap uit het verwerkingsproces: zeven voor tabak, vijf voor koffie en drie voor thee. De karakteristieke bruggen verbonden de fabriek met de pakhuizen. De  bruggen waren overigens niet bedoeld voor mensen, maar om producten die aan een rails hingen droog over te brengen. Bovenop de fabriek kwam een theehuis, om bezoekers te ontvangen. Dat bedacht Van der Leeuw toen hij tijdens de bouw het mooie uitzicht opmerkte. De directie kreeg een apart kantoor. Halfrond, in tegenstelling tot de rest van het gebouw. Het management kon zo precies zien wat er op het terrein gebeurde. Gispen mocht de directievleugel inrichten.

Inrichting fabriek

Je ziet door het hele gebouw ‘paddenstoelkolommen’ van gewapend beton. Die kolommen zorgden ervoor dat de gevel niet dragend was (en dus uit glas kon bestaan) en dat er geen balken nodig waren. Licht en ruimte dus. Verder had elke kolom bevestigingsrails, zodat je makkelijk iets kon ophangen. Uniformiteit en standaardisatie stonden ook hoog aangeschreven. Niet alleen had Cees van der Leeuw oog voor talent, maar ook voor zijn medewerkers. Hij bracht extra ideeën in voor een lichte en ruime omgeving. Zo wilde hij in de glazen wanden geen horizontale spijlen op ooghoogte, want die zouden het uitzicht maar belemmeren en mensen een opgesloten gevoel geven. Ook zorgde hij voor grote sanitaire ruimtes in de fabriek. De arbeiders hadden vaak slechte woonomstandigheden en konden zich hier wassen voor het werk. Dit was overigens niet alleen belangrijk voor het welzijn van zijn medewerkers. Hygiëne was noodzakelijk voor de productie. Verder opvallend: er waren iets meer vrouwen dan mannen in dienst en om afleiding te voorkomen, waren er aparte werkvloeren én trappen voor mannen en vrouwen. De trappenhuizen in de Van Nelle Fabriek zijn opvallend mooi. Het beroemde Rotterdamse bedrijf Gispen ontwierp het chroomwerk, zoals de de trapleuningen.

Van Nelle Fabriek bezoeken

Adres: Van Nelleweg 1, 3044 BC Rotterdam

Rondleiding

Je komt alles te weten over deze unieke fabriek via de rondleiding met een gids van UrbanGuides.

Het Witte Huis, Rotterdam

Het is nu maar een kleine jongen in Rotterdam, maar in 1898 was het Witte Huis de eerste wolkenkrabber van Nederland. Het was voor die tijd ongekend hoog: 43 meter.

Architectuur Het Witte Huis

Volgens sommigen is het niet alleen de eerste wolkenkrabber van Nederland, maar ook van Europa. Maar meestal wordt deze titel wordt toegekend aan de Boerentoren in Antwerpen. Die werd pas in 1931 gebouwd, maar was wel veel hoger (87,5 meter) dus het ligt een beetje aan je definitie van wolkenkrabber. Het idee voor Het Witte Huis kwam van de broers Gerrit en Herman van der Schuijt. Een van hen had het fenomeen wolkenkrabber ontdekt tijdens een zakenreis in New York. Ze gaven Willem Molenbroek de opdracht om het gebouw van elf verdiepingen te ontwerpen, naar Amerikaans voorbeeld. Maar het werd een bakstenen toren in plaats van een staalconstructie zoals in Amerika gebruikt werd. De buitenmuren van het torenhuis in jugendstil werden gemaakt van 100.000 (!) wit geglazuurde stenen.

In Nederland werd destijds niet hoger gebouwd dan vijf verdiepingen. De bouw van dit gigantische gebouw verliep dan ook niet geheel vlekkeloos. Tijdens het heien stortte een naastgelegen pand in. De oplossing was simpel, want dat gebouw werd gewoon afgebroken en de grond werd vanaf dat moment ook voor Het Witte Huis gebruikt. De wolkenkrabber avant la lettre was al binnen een jaar klaar. En van alle gemakken voorzien: het had een centrale verwarming, elektrisch licht, een telefooncentrale én een lift naar het uitkijkplatform op het dak. Op de gevel zie je zuilen, bloemmotieven en gevleugelde draken (bij de twee hoektorens). En op de eerste verdieping vijf beelden, met elk een eigen thema: zeevaart, vooruitgang, landbouw, nijverheid en handel. Er waren oorspronkelijk zes beelden, maar ‘arbeid’ is verloren gegaan tijdens het bombardement. Verder is het gebouw redelijk ongeschonden uit de oorlog gekomen.

Waardering

Het Nederlandse architectenblad Architectura schreef pal voor de opening van Het Witte Huis: ‘Die grote kolossen, al het andere overschreeuwend, zijn niet geschikt om een straat te versieren. […] ‘t Is te hopen dat wij in ons land van dergelijke Amerikaansche produkten verschoond mogen blijven; ze mogen ze in Amerika mooi vinden, wij doen dit allerminst.’  Architecten vonden het dus niets, maar Rotterdammers vonden het geweldig. Ze reageerden heel enthousiast op ‘hun wolkenkrabber’ en stonden in de rij voor een uitstapje met de lift naar het dakterras. En het gebouw wordt nog steeds gewaardeerd. Inmiddels staat het in de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

Het Witte Huis bezoeken

Wijnhaven 3
3011 WG Rotterdam

Op de begane grond zit Grand Café Het Witte Huis. En op speciale dagen is het dakterras open voor publiek, bijvoorbeeld tijdens de Rotterdam Architectuur Maand.

Rijksmuseum, Amsterdam

Het Rijksmuseum is het meesterwerk van de beroemde architect Pierre Cuypers. Hij ontwierp bijvoorbeeld ook het Centraal Station van Amsterdam, de gebouwen lijken ook wel op elkaar. Je kunt een speciale audiotour volgen die helemaal gaat over het museumgebouw.

Gebouw Rijksmuseum

Het museumgebouw heeft wel wat weg van een kerk, met veel torens, glas-in-lood en hoge gewelven. Het mooie gebouw wordt dan ook wel de kathedraal van Cuypers genoemd. Overigens is er bij de oplevering in 1885 veel kritiek op de neogotische (lees: katholieke) vorm. Maar het museumgebouw eert vooral de kunst. De talrijke versieringen in renaissancestijl verwijzen namelijk naar de collectie van het museum, zoals de borstbeelden en namen van kunstenaars op de buitenmuren. En in het voorportaal zie je diverse muurschilderingen, bijvoorbeeld van het prachtige Paleis op de Dam waar Pierre Cuypers een groot bewonderaar van was. En als je goed rondkijkt in de eregalerij waar de Nachtwacht hangt zie je allemaal verwijzingen naar Rembrandt; zijn initialen staan bijvoorbeeld op de muren en pilaren.

Het museumgebouw is tussen 2003 en 2013 ingrijpend gerenoveerd. Het is gemoderniseerd maar tegelijkertijd van binnen weer meer het gebouw van Cuypers geworden. Want er was door de eeuwen heen nogal aan gesleuteld; veel decoraties waren bijvoorbeeld verdwenen. De bezoeker moest dus even geduld hebben – de verbouwing duurde zelfs een jaar langer dan de oorspronkelijke bouw – maar het Rijksmuseum is nu mooier dan ooit. Met dank aan het Spaanse architectenbureau Cruz Y Ortiz. Paradepaardje van het bureau is het innovatieve bouwwerk aan het plafond van de entree voor de akoestiek.

Rijksmuseum bezoeken

Adres: Museumstraat 1, 1071 XX Amsterdam

Audiotour

Je kunt een audiotour volgen over het museumgebouw. Terwijl iedereen naar de Nachtwacht staat te kijken, hoor jij alles over de Eregalerij waarin het beroemde schilderij van Rembrandt hangt. Ook kom je langs de mooie Cuypersbibliotheek en andere architectonische hoogtepunten van het museum.

 

Trippenhuis, Amsterdam

Het Trippenhuis is het grootste 17e-eeuwse woonhuis in Amsterdam. Op het gebouw zie je talloze verwijzingen naar de eerste eigenaren; twee rijke wapenhandelaren.

Geschiedenis Trippenhuis

Het Trippenhuis uit 1662 is vernoemd naar de eerste bewoners, de broers Louys en Hendrik Trip. De gebroeders Trip waren ambitieuze wapenhandelaren die hun rijkdom wilden tonen door dit gigantische stadspaleis neer te zetten. Oorspronkelijk zaten achter de brede gevel twee huizen. Waarschijnlijk hebben de broers geloot om te bepalen wie links en wie rechts ging wonen. De familie Trip wilde het stadhuis op de Dam (het latere Paleis op de Dam) overtreffen. Het Trippenhuis heeft ook dezelfde bouwstijl: het Hollands classicisme. Bij deze stijl worden Grieken en Romeinen als voorbeeld genomen. Je ziet dit bijvoorbeeld aan het driehoekige fronton in het midden, dat doet denken aan een tempel.  De architect was Justus Vingboons, die dan weer de broer was van (de veel bekendere) Philips Vingboons.

Architectuur Trippenhuis

Het Trippenhuis barst van de verwijzingen naar het beroep van wapenhandelaar. De broers waren namelijk heel trots op hun werk. Ze zagen zichzelf niet als oorlogsmakers, maar als vredestichters. Want, uit oorlog komt vrede voort: ex bello pax. Zo zie je op het dak twee schoorstenen in de vorm van kanonnen. En op de voorgevel is het familiewapen te zien, omgeven door kanonnen en kogels. Olijf- en palmtakken symboliseren de vrede. In 1812 gaf koning Lodewijk Napoleon het Trippenhuis een nieuwe bestemming. Het door hem opgerichte wetenschappelijk instituut (de voorloper van de KNAW) trok in het gebouw. Ook het Vaderlands Museum voor Schilderijen en het Prentenkabinet (het huidige Rijksmuseum) kwam er te zitten. Vincent van Gogh bezocht het museum geregeld. In 1885 werd het huidige Rijksmuseum aan het Museumplein geopend. Toen werd de hele collectie daar ondergebracht.

Het kleine Trippenhuis

Tegenover het stadspaleis, staat een heel smal huisje. Dit wordt ‘het kleine Trippenhuis’ genoemd. Hierover gaat een bijzonder verhaal… De koetsier van familie Trip kwam regelmatig met zijn verloofde kijken naar het stadspaleis in aanbouw. Een keer verzuchtte hij: “Hadden wij maar een huis zo breed als voordeur!” De broers lieten daarop aan de overkant een woning voor hem bouwen met de overgebleven stenen van het paleis. Helaas is aan alle kanten bewezen dat dit verhaal niet waar is. Het kleine huis werd namelijk pas opgeleverd toen de broers Trip al lang onder de groene zoden lagen. Wat wel klopt: beide voordeuren van het stadspaleis zijn ieder bijna even breed als het kleine Trippenhuis. Lees het leuke artikel over de stadslegende: het kleine Trippenhuis op OnsAmsterdam. En ga je het (kleine) Trippenhuis bezichtigen, loop dan ook even door naar de Oude Hoogstraat, daar vind je het smalste huis van Nederland (en volgens sommigen zelfs van Europa).

Het Trippenhuis bezichtigen

Adres: Kloveniersburgwal 29, 1011 JV Amsterdam

De KNAW zit nog steeds in het Trippenhuis. Het gebouw is niet toegankelijk voor publiek. Op Open Monumentendag is het soms te bezoeken. 

Trompenburgh, ‘s-Graveland

De buitenplaats Trompenburgh ligt als een schip in het water en dat is niet voor niets. Het verwijst naar zijn beroemde bewoner in de 17e eeuw; zeevaarder Cornelis Tromp. De man die altijd in de schaduw van zijn beroemde vader Maarten Tromp zou staan.

Geschiedenis

Zoonlief is een heethoofd en krijgt regelmatig ruzie met zijn meerderen, zoals Michiel de Ruyter. Tromp wordt zelfs een paar keer op non-actief gesteld, bijvoorbeeld omdat hij oorlogsschepen gebruikt om zelf handel mee te drijven. Maar alle schandalen weerhouden Tromp niet de zee op te gaan. Hij wordt door Denemarken aangesteld als opperbevelhebber van de Deense vloot. En dat is dan weer zo’n succes dat de Deense koning hem benoemt tot graaf van Syllisborg. De trotse Tromp geeft daarop in 1675 zijn kersverse buitenplaats ook deze titel (overigens wordt Tromp later ook nog bevelhebber van de vloot van de Republiek maar dat leidt al weer snel tot problemen…).

Gebouw Trompenburgh

Tromp laat de mooie buitenplaats bouwen nadat zijn eerdere landhuis, door de Fransen gebrandschat voor 3500 gulden, inderdaad wordt afgebrand op het moment dat Tromp weigert te betalen. Hierdoor zie je nu dit prachtige gebouw met talrijke verwijzingen naar het zeevaardersbestaan. Zo ligt de woning als een schip in de zee in het water, en wordt omringd door vier eilanden. Het dak is vormgegeven als een scheepsdek.

Gasten van meneer en mevrouw Tromp arriveren per boot bij de mooie buitenplaats en kunnen vanaf de boot zo naar de eerste verdieping lopen. Daar aangekomen staan ze meteen oog in oog met het absolute hoogtepunt van het gebouw; de beschilderde koepelzaal, geïnspireerd op de beroemde Oranjezaal in Huis ten Bosch. Er zijn bijzondere wandbespanningen en schilderingen te zien die de verheerlijking van het geslacht Tromp uitbeelden. Want alhoewel Cornelis zijn vader nooit heeft kunnen overstijgen, behaalt hij wel een andere triomf… Hij laat zich minstens 22 keer schilderen, voor zover bekend een record voor de 17e eeuw. Het zal hem dan ook deugd hebben gedaan dat de buitenplaats na zijn dood Trompenburgh is gaan heten. Cornelis Tromp ligt op eigen verzoek bij zijn vader begraven in de Oude Kerk Delft.

Trompenburgh bezoeken

Zuidereinde 43
1243 KK ‘s-Graveland

Trompenburgh wordt momenteel gerestaureerd. Vanaf 2025 is het gebouw wekelijks open voor publiek.

Paleis op de Dam, Amsterdam

Het Paleis op de Dam wordt gezien als het meest prestigieuze gebouw van de 17e eeuw. Het wordt oorspronkelijk gebouwd als stadhuis, maar in de 19e eeuw omgevormd tot paleis. Je kunt het paleis bezoeken, met een leuke audiotour.

Gebouw Paleis op de Dam

In 1648 krijgt Jacob van Campen de opdracht het gebouw te ontwerpen. Het nieuwe stadhuis van Amsterdam moet de macht en rijkdom van de stad uitstralen, dus Van Campen pakt flink uit. De architect laat zich inspireren door de imposante regeringsgebouwen van het oude Rome en ontwerpt het stadhuis in classicistische stijl. Het krijgt een koepeltoren, een voorgevel met pilasters, een risaliet en fronton en beeldhouwwerk dat de macht van de stad symboliseert. Bovendien wordt het hele pand opgetrokken uit dure Bentheimer zandsteen uit Duitsland (nadeel van deze geelbruine steensoort is overigens dat die door weersinvloeden grijs kleurt). De technische uitvoering werd verzorgd door stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. In 1654 vertrok Van Campen na een ruzie met het stadsbestuur, waarna Stalpaert de volledige leiding kreeg.

Leuk weetje: In 1715 is het idee om het nu wereldberoemde schilderij de Nachtwacht in het stadhuis op te hangen (tot die tijd hangt het in het Trippenhuis). De plek is  ook al bepaald, namelijk tussen 2 deuren in de Kleine Krijgsraadzaal. Er is alleen een klein probleempje: het past niet. En wat doe je dan? Je knipt een paar stroken van het schilderij af (Rembrandt was toen duidelijk nog niet zo’n grote naam als nu)… Sindsdien is het wereldberoemde schilderij dat nu in het Rijksmuseum hangt, dus een stuk kleiner. Meer weten? Lees het leuke artikel De Nachtwacht: verborgen, vernield en verheerlijkt van Andere Tijden).

In 1806 benoemt keizer Napoleon Bonaparte zijn jongere broertje Lodewijk tot koning van Nederland. Twee jaar later neemt de koning het stadhuis in gebruik en laat het inrichten als koninklijk paleis. Dit heeft wel wat voeten in de aarde. De koude kantoren krijgen tapijten op de vloer en stoffen op de wanden. De voormalige gevangeniscellen worden omgebouwd tot wijnkelders. Ook moet er absoluut er een balkon komen; een koning moet zich immers tonen aan het volk. Maar het gebouw is hier totaal niet geschikt voor, waardoor het nu heel gek laag hangt.

Paleis op de Dam bezoeken

Adres: Nieuwezijds Voorburgwal 147, 1012 RJ Amsterdam

Audiotour

Koning Willem-Alexander gebruikt het paleis voor staatsbezoeken en andere officiële ontvangsten. Het is verder zoveel mogelijk open voor publiek. Je kunt een audiotour volgen door de mooiste vertrekken van het gebouw. Je hoort alles over de architectonische hoogtepunten, maar ook interessante verhalen over de koning en zijn vrouw Hortense. Een tipje van de sluier: ze hadden allebei hun eigen slaapkamer in de uiterste hoeken van het gebouw, zo ver mogelijk van elkaar vandaan.

Stadhuis van Franeker

Franeker was in de 16e eeuw een welvarend plaatsje en daarom wilde het stadsbestuur een prestigieus stadhuis. Dat is gelukt, want zijn roem reikte uiteindelijk tot in Amerika! In Brookline staat namelijk een kopie van het gebouw, aan de ‘Netherlands Road’.

Bouwmeester Pieter Augustinusz Ens en steenhouwer Claes Jelles ontwierpen het  gebouw uit 1594 in de stijl die toen in de mode was, de renaissance. Met een kenmerkende trapgevel, en lagen natuursteen (speklagen) die het gebouw een levendige uitstraling geven. Hoog boven die ingang zie je Vrouwe Justitia op een draagsteen, er zat vroeger namelijk ook een rechtbank in het stadhuis. Door het raam werd het vonnis uitgeroepen aan het volk; de straf was meestal een paar dagen aan de schandpaal die vlak voor het stadhuis stond. De zijvleugel van het gebouw ziet er overigens heel anders uit, omdat die pas in 1760 werd toegevoegd in strakke, statige Lodewijk XV-stijl. Het stadhuis van Franeker staat in de Top 100 van Nederlandse monumenten.

Naar stadhuis Franeker

Adres: Raadhuisplein 1, 8801 KX Franeker

Markiezenhof, Bergen op Zoom

Oorspronkelijk een imposant gotisch paleis dat helemaal teruggaat tot de 15e eeuw, nu een museum.

Markiezen

Ooit was dit het woonpaleis van de heren en later markiezen (een hoge adellijke titel) van Bergen op Zoom. Jan II van Glymes laat het bouwen, hij staat beter bekend als ‘Jan met den lippen’ vanwege zijn vergroeiing aan zijn lip en zijn 34 kinderen waarvan zo’n 21 bastaard (volgens de legende zijn het er in totaal zelfs 50). Dat is in die tijd overigens geen taboe; bastaardkinderen zijn een statussymbool en een middel om je invloed uit te breiden. En met resultaat, want met zijn verbluffende macht en rijkdom laat hij het laat-gotische stadspaleis bouwen, het Markiezenhof.

Gebouw Markiezenhof

Het Markiezenhof straalt een en al grandeur uit. In 1511 is het stadspaleis klaar, maar Jan II zelf is even daarvoor overleden en kan het niet meer bewonderen. Karakteristiek zijn de trapgevels, de rode vensterkorven aan de voorgevel om ongenode gasten buiten te houden en het afwisselend gebruik van natuursteen en baksteen. De pronkstukken van het paleiscomplex zijn de Grote Galerij aan de Grote Binnenplaats en de Hofzaal met zijn laatgotische Christoffelschouw die is toegevoegd in 1522.

Nadat het ‘markiezaat’ eindigt komt het complex eind 17e eeuw in buitenlandse handen en wordt het naar die tijd gemoderniseerd. De arcade wordt dichtgemetseld, de toren ingekort en de achtergevel krijgt een klassieke Franse stijl. In 1795 legt het Franse leger beslag op het Markiezenhof en gebruikt het als militair hospitaal. Zo’n 20 jaar later wordt het een kazerne, waarna het paleis zwaar in verval raakt. In de jaren vijftig komt de grandeur van het paleis terug; de arcades, gevels en de toren worden in oude staat hersteld. Daarna trekt het museum in het mooie stadspaleis.

Markiezenhof bezoeken

Adres: Steenbergsestraat 8, 4611 TE Bergen op Zoom

Bekijk ook

Prinsenhof, Delft

Het Prinsenhof is natuurlijk vooral bekend vanwege zijn beroemde bewoner, prins Willem van Oranje. De prins is daar op 10 juli 1584 vermoord, de kogelgaten zitten nog in de muur.

Gebouw Prinsenhof

Het Prinsenhof was al sinds 1403 een groot en welvarend klooster. In Tachtigjarige Oorlog komt Delft in handen van de opstandelingen en wordt het Agathaklooster in beslag genomen door de stad. In 1572 trekt Willem van Oranje in het gebouw. De leider van de opstand tegen het Spaanse Rijk, verhuist vanuit Den Haag naar het veilige Delft met zijn grachten en stadsmuren. De nonnen mogen overigens wel in de zijvleugel van het klooster blijven wonen, maar er mogen geen nieuwe nonnen toetreden.

Het gebouwencomplex blijkt heel geschikt als hof voor de prins. De nonnen van het klooster waren zeer welvarend en hadden het steeds verder uitgebreid. In de 16e eeuw bestaat het complex uit een grote kapel, een kapittelzaal, een eetzaal, woonvleugels, dienstgebouwen en een gastverblijf. De slaapkamer van Willem van Oranje is op de eerste verdieping, waar hij mooi zicht heeft op de Oude Kerk. Alleen de smalle wenteltrappen in het kloostergebouw zijn niet handig en daarom wordt een brede ‘staatsietrap’ aangelegd. En zoals je misschien bekend is, wordt op diezelfde trap, op 10 juli 1584, Willem van Oranje vermoord. De kogelgaten zitten nog in de muur en zijn te zien in het gebouw.

Museum Prinsenhof

Na de dood van de prins krijgt het complex verschillende functies, zoals Latijnse School en kazerne. Daarna trekt Museum Prinsenhof erin. In 1996 wordt het museum uitgebreid met de prachtige Van der Mandelezaal van Mick Eekhout; de voormalige binnenplaats van het klooster krijgt een ingenieuze, glazen overkapping: een mix van klassieke en moderne architectuur.

Prinsenhof bezoeken

Adres: Sint Agathaplein 1, 2611 HR Delft

Bekijk ook

Nieuwe Kerk, Delft

Een trouwe bezoeker van deze site wilde graag meer weten over de Nieuwe Kerk. En het beroemde gebouw mag hier ook niet ontbreken. De op een na hoogste kerk van Nederland torent in de stad overal bovenuit, en wordt dagelijks door talloze toeristen bewonderd.

Bouw Nieuwe Kerk

In de 14e eeuw besluit het stadsbestuur de Nieuwe Kerk te bouwen. En dat is niet zomaar. Een inwoner van Delft had dertig jaar lang  jaarlijks een visioen over een kerk op deze plek, en laat het bestuur niet met rust totdat die er kwam. Wat je noemt selffulfilling prophecy. De stad had al een kerk (nu bekend als de Oude Kerk), daarom heet deze de Nieuwe Kerk. In 1381 wordt eerst een houten noodgebouw neergezet en een paar jaar daarna wordt daaromheen een stenen laatgotische kruisbasiliek gebouwd. Zoals bij zoveel kerken verloopt de bouw in fasen. De toren is in 1496 is klaar, bestaande uit een vierkant voetstuk, daarboven twee achtkanten en een appelvormige torenspits. 

Rampspoed

Op 3 mei 1536 legt een enorme brand half Delft in de as. In de kerk gaan onder andere het orgel, de klokken en de gebrandschilderde ramen in vlammen op. Een paar jaar later verwoest een woedende menigte de altaren, kerkbanken en biechtplaatsen tijdens de beeldenstorm. En net nadat de rust is wedergekeerd, volgt in 1654 de ontploffing van het kruithuis (zie het artikel over het Kruithuis) waardoor de rest van de glas-in-loodramen verloren gaat. Maar daarmee is het nog niet klaar voor de kerk. In 1872 slaat opnieuw de bliksem in de spits. Zo’n drie jaar later laat de beroemde Pierre Cuypers er een nieuwe op zetten en die wordt extra hoog, omdat omdat men de Utrechtse Dom wil overtreffen. Maar de Domtoren wint het met 112 meter toch net van de ruim 108 meter hoge Nieuwe Kerk. O ja, en veel mensen vragen zich af waarom het bovenste deel van de toren pikzwart is. Dit heeft niets met de brand te maken, maar met de soort steen die werd gebruikt; de  Bentheimer zandsteen die door weersinvloeden steeds grijs en zelfs zwart kan worden.

Praalgraf Willem van Oranje

In 1584 wordt Willem van Oranje begraven in de kerk. Puur toeval, omdat Breda bezet is door de Spanjaarden wordt hij niet in zijn familiegraf maar in zijn woonplaats begraven (door deze geschiedenis worden nu alle Oranjes in Delft begraven). In 1614 begint architect en beeldhouwer Hendrick de Keyser aan een imposant praalgraf voor de prins. Aan de voet zie je de hond van Willem, want zij hadden een bijzondere band; na de dood van zijn baasje weigert de hond nog te eten en sterft drie dagen later. Terwijl De Keyser bezig is met het praalgraf,  mag hij overigens meteen een nieuw stadhuis van Delft ontwerpen, want het middeleeuwse stadhuis brandde even daarvoor af. Als De Keyser een paar jaar later sterft, is het stadhuis al klaar, maar het praalgraf nog niet; zijn zoon Pieter heeft dit voltooid.

Nieuwe Kerk Delft bezoeken

Adres: Markt 80, 2611 GW Delft

De kerk is zes dagen per week te bezoeken. Je kunt ook de gigantische toren beklimmen voor een prachtig uitzicht over de stad. Met een ticket kun je ook gelijk de Oude Kerk bezoeken. 

Domtoren, Utrecht

De monumentale Domtoren is sinds 1382 de trots van Utrecht, en de hoogste kerktoren van Nederland. De toren is te bezoeken met een rondleiding. En je kunt ook een uniek kijkje nemen ónder het eeuwenoude Domplein.

Bouw Domtoren

De bouw van de Domkerk is in volle gang als de bisschop van Utrecht in 1321 de werkzaamheden abrupt laat stilleggen. Deze kerkelijke en wereldlijke heerser wil namelijk zijn macht tonen en daarom geeft hij opdracht om eerst de imposante kerktoren te bouwen, een duidelijk statussymbool. En zo geschiedde. Jan van Henegouwen, belangrijkste bouwmeester van de gotische Domtoren, ontwerpt een toren die bestaat uit drie lagen. De vierkante onderbouw lijkt verdacht veel op een stadspoort, daarbovenop staat een smaller vierkant deel en als top zie je een achthoekige, open lantaarn. Voor een rijkere uitstraling wordt de bakstenen kern grotendeels bekleed met natuursteen uit België en Duitsland. Later wordt de kerk gebouwd. Maar in 1674 raast een herfststorm over Utrecht waardoor het middenschip instort. Sindsdien staat de toren los van de kerk en zijn de twee gescheiden door het Domplein.

Hoogste kerktoren van Nederland

In 1382 is de Domtoren de hoogste kerktoren van Nederland. De windvaan, met een afbeelding van Sint-Maarten, bevindt zich op ruim 106 meter hoogte. Maar er is een strijd gaande met de Nieuwe Kerk Delft…In 1875 bereikt de toren van die kerk een hoogte van zeker 108 meter, geheel te danken aan Pierre Cuypers die een nieuwe, hoge spits op het gebouw zet nadat de oude door de bliksem was getroffen. Maar diezelfde Cuypers leidt begin 1900 de restauratie van de Domtoren, waarbij die spits wordt voorzien van een nieuw dak. Hierdoor bereikt de Utrechtse toren een hoogte van 112 meter. En daarmee is de Domtoren definitief de hoogste kerktoren van Nederland. Tijdens de restauratie heeft de Domtoren overigens ook een ontvangstgebouw gekregen. Het ontwerp is van G.W. van Heukelom, bekend van de Utrechtse Inktpot, ook bepaald geen klein gebouw.

Domtoren bezoeken

Adres: Domplein 21, 3512 JE Utrecht

Rondleiding

De Domtoren is te bezoeken met een rondleiding. Samen met een gids beklim je de 465 traptreden van toren, waarbij je onderweg meer hoort over de geschiedenis en de bouw van de Dom. En je kunt ook een kijkje nemen ónder het Domplein. Een gids neemt je dan mee door de ondergrondse gangen en de geschiedenis van 2000 jaar Domplein. Lees meer over Dom Under.