Traditionalisme (Delftse school, Bossche School)

Rond 1925 ontstond het traditionalisme, waarbij plattelandsarchitectuur centraal stond. De bouwstijl wordt ook wel Delftse School genoemd, omdat de voorman van de beweging een hoogleraar uit Delft was.

Kenmerken traditionalisme

Het traditionalisme ontstond als reactie op het functionalisme. Dus daken werden weer hellend in plaats van plat. En gebouwen weer van baksteen in plaats van beton. Kenmerkend waren de  eenvoudige vormen, de geslotenheid van de gevels, de zadeldaken en het gebruik van natuurlijke materialen (zoals baksteen, hout en steen). De stijl werd veel toegepast bij woningbouw en boerderijen. Maar ook bij kerken, kloosters, raadhuizen en musea.

Delftse School

De voorman van het traditionalisme was M.J. Granpré Molière, hoogleraar aan de Technische Hogeschool in Delft. Zo ontstond de naam De Delftse School voor de bouwstijl. Granpré Molière had veel kritiek op de functionele, strakke Nieuwe Zakelijkheid waarbij historische invloeden uit den boze waren. De hoogleraar haalde fel uit naar deze stroming en pleitte voor architectuur die nederig was. Zijn inspiratie was de 18e-eeuwse plattelandsarchitectuur. Denk aan zware, nauwelijks versierde, bakstenen gebouwen.

Bossche School

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werd het traditionalisme vooral toegepast bij de wederopbouw buiten de grote steden. In het Zuiden ontstond zo de variant Bossche School. In deze architectuur draaide het om het creëren van besloten ruimten en om de onderlinge samenhang van de losse onderdelen. Hiervoor werd alles op getalsmatige verhoudingen gebaseerd.

Shake-hands architectuur

In de jaren dertig werden naast houten kozijnen ook stalen ramen gebruikt in de traditionalistische bouw. Deze poging om oude vormen met moderne materialen te integreren, wordt aangeduid als: shake hands-architectuur. De term verwijst naar de toenadering van het vooruitstrevende kamp (het functionalisme) en het behoudende kamp (het traditionalisme).

Architecten traditionalisme

Granpré Molière had veel invloed op de stroming, maar ontwierp zelf vrij weinig gebouwen. Belangrijke architecten zijn: Kropholler, Friedhoff, Berghoef, Koldewey en Kroes.

Traditionalisme in Nederland

Bekende voorbeelden zijn: